God heeft de doodsangst van mij afgenomen

Hij werd door zijn ouders uitgescholden, mishandeld en misbruikt. “In een christelijke omgeving werd alles met de mantel der liefde toegedekt,” zegt Anton Lagendijk. Na een heftige jeugd werd hij midden in de nacht tot God bekeerd. Alle wonden uit het verleden werden na een jarenlang proces geheeld. Anton vergaf zijn ouders en mag nu samen met zijn vrouw tot zegen zijn voor anderen. Zijn levensverhaal werd onlangs opgetekend in zijn uitgave ‘Niet gesloopt maar geslepen’.

In zijn boek beschrijft Anton onder meer hoe hij met zijn vader een slaapkamer ging opknappen. Later werd duidelijk dat zijn vader andere plannen had. De kast werd tegen de deur gezet, zodat niemand kon binnen komen. Even later werd hij verkracht. De volgende zondag ging Anton met zijn ouders netjes naar de kerk. Zijn ouders knikten vriendelijk naar de mensen en gingen zitten. Thuis is het anders, dacht Anton. Deze gedachte stopte hij snel weg, omdat hij heeft geleerd om zijn vader en moeder te eren. Dat kreeg hij regelmatig van zijn ouders te horen, met een pets tegen zijn achterhoofd. “Ik denk dat mijn vader en moeder zoveel angst hebben gekweekt dat ik als kind een totaal verkeerd beeld van God heb gehad.”

Verwrongen godsbeeld
“Het beeld dat ik van God had, was dood en verderf,” vertelt Anton. “Ik denk dat mijn vader en moeder zoveel angst hebben gekweekt dat ik als kind een totaal verkeerd beeld van God heb gehad.” Op advies van een ver familielid stapte hij op de dominee af. “Dat was min of meer onder dwang. Als ik er geen werk van had gemaakt, was het familielid op de politie afgestapt.” ‘Wij verbieden jou om deze dingen in het openbaar te bespreken want anders komt er zo’n enorme smet op de kerk’, kreeg hij van de kerkenraad te horen. Briesend van woede stond Anton op straat. “Jaren later zou ik pas inzien dat die God, waar ik absoluut niet in geloofde, mij toen bewaarde voor moord en doodslag.” Later verscheen zijn vader voor de rechter en werd hij veroordeeld.

“Tijdens een nacht was ik uit bed gevallen en kon ik niets meer. Ik dacht: ‘dit is het einde’. Een ongelofelijke pijn schoot door mijn lijf, uur na uur, en ik kon niet anders dan huilen. Toen wist ik, ik ga sterven. Vervolgens heb ik het uitgeschreeuwd: ‘God!’ Dat ene woord was mijn Redding.” Er kwam een enorme rust over Anton heen. “Ik hoorde de volgende woorden: ‘Al ga je door een dal van diepe duisternis, Ik ben bij je, Ik zal je er uit helpen.’ De rust die God gaf was in mijn hoofd en hart zo sterk aanwezig, dat ik nog even bleef liggen en kracht voelde terug komen in mijn lichaam. Toen mijn wekker om zeven uur ging, voelde het alsof ik een hele dag geslapen had. Die nacht heeft God de doodsangst van mij afgenomen.”

Vergeving uitgesproken
“Vervolgens stond mijn leven totaal ondersteboven. Met mijn huidige vrouw ging ik naar een samenkomst. Tijdens die dienst sprak een evangelist over vergeving. Ik moest mij enorm inhouden en dacht: die man snapt niet wat hij zegt. De dag daarna gingen we wandelen en fietste mijn vader voorbij. Een innerlijke stem sprak: vergeef deze man! Toen ontdekte ik wat het nieuwe leven met Christus inhoudt. In mij was geen woede en waren geen moordneigingen. God gaf mij de aller moeilijkste opdracht: mijn ouders vergeven. De Heere Jezus bad aan het kruis: ‘Vader, vergeef het hen want ze weten niet wat ze doen.’ Zo mocht ik op dat moment uitspreken: ‘Vader, vergeef mijn ouders. Ze weten niet wat ze hebben aangericht.'”

“Het mooie is dat vergeven niet alleen een kwestie is van woorden uitspreken. Het is ook een proces van genezing. In de daarop volgende jaren ontdekte ik dat alle wonden waren geheeld. Vanaf dat punt heb ik ook nooit meer boosheid gevoeld naar mijn ouders. Ik heb ze toch vergeven? Dan heeft het toch geen zin om boos te blijven,” zegt Anton lachend. “God krijgt geen ruimte als er wortels van bitterheid en woede in mijn leven aanwezig zouden zijn. Dat zijn blokkades op weg naar genezing.”

Tot zegen zijn
Na het herstelproces kwam een nieuwe bediening op zijn pad. “De Heere God gaf mij een visioen. Ik zag een groot gebouw in de vorm van een arend. Mensen gingen in en uit. Ik vroeg de Heere wat de visioen betekende. Vervolgens heeft Hij mij duidelijk gemaakt dat ik met vrouw en kinderen veel mensen zal helpen. Iedereen die ons huis inkwam zou anders naar buiten gaan. Aan de hand van een vers in Psalm 92 werd nog een keer bevestigd dat ik niet zou sterven maar leven: ‘In de ouderdom zullen zij nog vruchten dragen, zij zullen fris en groen zijn, om te verkondigen dat de HEERE waarachtig is; Hij is mijn rots en in Hem is geen onrecht.'” In naam van Stichting de Arend mag hij met zijn vrouw nu mensen helpen die psychische, sociale of maatschappelijke problemen hebben.

“Nu snap ik waarom God zo vroeg na mijn bekering de opdracht gaf om mijn ouders te vergeven,” voegt Anton toe. “God krijgt geen ruimte als er wortels van bitterheid en woede in mijn leven aanwezig zouden zijn. Dat zijn blokkades op weg naar genezing. Als je wil genezen van een trauma begint dat bij vergeving. Dat is een zeer pijnlijk proces. Vraag maar aan de Heere Jezus hoe dat voelt. Wie die keuze niet maakt, blijft aan die ander gebonden. Zet die eerste stap door te vergeven. Dan zal er genezing zijn. Dat is een belofte die God ons geeft.”

Dit artikel werd op 4 maart 2016 gepubliceerd door het Christelijk Informatie Platform (CIP) naar aanleiding van een interview met Anton Lagendijk over het door ons uitgegeven boek Niet gesloopt maar geslepen. Wij hebben dit artikel met toestemming overgenomen.

Bron: CIP.nl

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *