Velen geroepen, weinigen uitverkoren

Verkiest God mensen? Dat is een vraag waarmee mensen zich al duizenden jaren bezig houden. Uitverkiezing is een woord dat in de Bijbel voorkomt. Maar wat betekent dit woord? Door de Bijbelgedeeltes te bestuderen, kunnen we er meer over te weten komen. In dit eerste artikel over uitverkiezing bestuderen we Mattheüs 22:14.

Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren (Mattheüs 22:14).

Het is heel belangrijk om elk Bijbelvers in zijn context te lezen. Vaak bevat de context belangrijke informatie over wat er gezegd wordt. Lees daarom voor jezelf Mattheus 22:1-14.

Onwillig en onverschillig

Vaak wordt vers 14 gebruikt om aan te tonen dat God mensen uitverkiest om in Zijn Koninkrijk te mogen komen. “Als je niet bent uitverkoren, mag je niet deelnemen aan het Koninklijke bruiloftsmaal”, wordt er dan gezegd. De verantwoordelijkheid wordt dan volledig bij God gelegd. Maar als je dit hele Bijbelgedeelte goed gelezen hebt, moet je een aantal merkwaardigheden zijn opgevallen.

We lezen nogmaals de 3 onderstaande teksten:

…en zond zijn dienstknechten uit, om de genoden ter bruiloft te roepen, en zij wilden niet komen (Mattheüs 22:3).

Maar zij zulks niet achtende zijn heengegaan, deze tot zijn akker, gene tot zijn koopmanschap (Mattheüs 22:5).

Toen zeide hij tot zijn dienstknechten: De bruiloft is wel bereid, doch de genoden waren het niet waardig (Mattheüs 22:8).

Wat je duidelijk kunt zien, is dat alle genoemde personen zijn uitgenodigd. Er wordt van de eerste groep gezegd dat zij niet wílden komen (vers 3) en dat zij het niet áchtten (vers 5). In andere vertalingen staat dat zij er geen acht op sloegen of de uitnodiging negeerden. Vers 5 beschrijft verder dat zij heengingen om hun werk te doen. De mensen vonden andere dingen dus belangrijker.

In vers 8 wordt gezegd dat de mensen het niet waardig waren om deel te nemen aan de bruiloft. De oorzaak van hun onwaardigheid kunnen we echter niet bij de Koning zoeken. Hij beoordeeld ze onwaardig omdat zij zichzelf onwillig en onverschillig toonden. Hij had hen immers wel uitgenodigd, en dat niet één maar meerdere keren.

De uitverkorenen

Vervolgens wordt een andere groep mensen uitgenodigd, namelijk allen die voorbij kwamen, zowel goeden als slechten (vers 9). Zonder er nu verder op in te gaan wie dat precies zijn, kunnen we concluderen dat zij wel op de uitnodiging wilden ingaan. Nadat iemand verwijderd was die geen bruiloftskleed aanhad, wordt er dan gezegd dat velen wel geroepen zijn, maar slechts weinigen uitverkoren.

We zien in deze gelijkenis eigenlijk drie soorten mensen. Geroepenen die niet wilden komen, geroepenen die zijn gekomen zónder bruiloftskleed en geroepenen die zijn gekomen mét bruiloftskleed. Uit de conclusie van vers 14 kunnen we opmaken dat alleen de laatste groep tot de uitverkorenen behoort. Alleen degenen die gehoor hebben gegeven aan de uitnodiging en bereid waren het bruiloftskleed aan te trekken, mochten plaatsnemen aan de Koninklijke tafel.

Uitverkoren op basis waarvan?

Als je vers 14 gebruikt om aan te tonen dat God mensen verkiest op basis van Zijn eigen Goddelijke wil, moet je volledig voorbijgaan aan het gedeelte van de geweigerde uitnodiging. Dat de mensen onwillig en onverschillig zijn, valt hen dan tenslotte niet aan te rekenen. Toch wordt de term uitverkiezing vaak zo uitgelegd en het wordt dan ook zeer kundig onderbouwd door hoogstaande theologen. Hun conclusie komt er uiteindelijk op neer dat God behoudt wie Hij wil en dat onze wil daarin geen enkele rol speelt.

Jezus zegt dat zij niet wílden en er geen ácht op sloegen. Hij zegt dat de Koning dáárom toornig werd. Ook zegt Hij dat degenen die wél in gingen op de uitnodiging, uitverkoren waren. Denk je dat Jezus de woorden ‘willen’ en ‘achten’ zomaar gebruikt? Of wil Hij ons wellicht toch wijzen op onze eigen verantwoordelijkheid? Overweeg dit biddend!

Er zijn ook mensen die geloven dat onze redding volledig afhankelijk is van onze eigen wil. Zij gebruiken dit Bijbelgedeelte om te benadrukken dat zij die niet wilden, verloren gingen en zij die wel wilden uitverkorenen worden genoemd. Wellicht denk jij als lezer dat ik bij deze groep mensen hoor. Wel, we hebben het nog niet gehad over de man zonder bruiloftskleed. In de Bijbel wordt duidelijk dat wij ons moeten kleden met Christus (bijv. Galaten 3:27). Zonder Christus zullen we verwijderd worden uit de Feestzaal, hoe graag we ook bij het Feest wilde zijn. We zullen hierop later dieper ingaan, als God het wil.

Wat Paulus zei

We beperken ons in dit artikel tot Mattheüs 22, maar om het bovenstaande te bevestigen wil ik toch wat andere verzen benoemen.

Ook Paulus spreekt met mensen die Gods Woord afwijzen. De woorden die hij uitspreekt doen me erg denken aan de woorden van Jezus in de gelijkenis. Ook Paulus legt de verantwoordelijkheid van hun afwijzing niet bij God, maar bij henzelf.

Het was nodig dat eerst tot u het Woord Gods gesproken zou worden; doch nademaal gij hetzelve verstoot, en uzelven des eeuwigen levens niet waardig oordeelt, zie wij keren ons tot de heidenen (Handelingen 13:46).

Ook spreekt Paulus tot de Tessalonicenzen over mensen die het niet aangenomen hebben.

…daarvoor dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden (2 Thessalonicenzen 2:10b).

Geloof jij dat jouw reactie op Gods Heilsaanbod er niet toe doet? Overweeg al deze Bijbelteksten biddend. Vraag jezelf eens af waarom God deze woorden op heeft laten schrijven en waarom Jezus zulke woorden sprak. Kan het wellicht toch wijzen op een eigen verantwoordelijkheid?

Of ben jij iemand die gelooft dat de mens volledig is aangewezen op zijn eigen vrije wil? Denk dan nog eens aan het bruiloftskleed dat je gegeven moet worden. Zou er een reden kunnen zijn waarom die man het niet had aangedaan? Weet jij zeker dat je Zijn kleed aan hebt en het jouwe hebt uitgedaan?