Wat zijn de Bijbelse feesten?

Er wordt de laatste tijd veel gesproken over de Bijbelse feesten en de wortels van het christelijk geloof. Bij sommigen brengt het verwarring, bij anderen juist verdieping. In dit artikel wil ik kort uitleggen wat er precies bedoeld wordt met de Bijbelse feesten en ik wil antwoord geven op een paar veel gestelde vragen. Het is niet mijn bedoeling om een discussie op gang te brengen, maar ik wil iedereen uitdagen om zelf de Bijbel te gaan lezen en op zoek te gaan naar Gods waarheid.

Bijbelse feesten, Joodse feesten of Israëls feesten?
Sommigen noemen het de Bijbelse feesten, anderen de Joodse feesten en weer anderen de feesten van Israël. De echte Bijbelse benaming is volgens Leviticus 23:2 (Statenvertaling) ‘de gezette hoogtijden des HEEREN’. De NBG-vertaling heeft er ‘de feesttijden des HEREN’ van gemaakt. Wanneer je het woord HERE of HEREN in hoofdletters ziet staan, staat daar in de Hebreeuwse grondtekst het woord JHWH, wat meestal uitgesproken wordt als JAHWEH. Letterlijk staat er in het Hebreeuws ‘mowade JAHWEH’, het woordje mowade wordt meestal vertaald met aangewezen tijden, plaatsen of feesten. Hoe je het ook vertaald, de Bijbel maakt duidelijk dat het geen feesten zijn die Israël bedacht heeft, maar dat God ze heeft bepaald.

Wat is de reden van deze feesten?
In Leviticus 23 wordt als eerste feest de Sabbat genoemd. Als je de tien geboden leest in Exodus 20, zie je dat God de Sabbat instelt om te rusten van het werk;

Want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daar in is, en Hij ruste op de zevende dag; daarom zegende de HERE de sabbatdag en heiligde die (Exodus 20:11).

Het woordje ‘want’, aan het begin van het vers, geeft aan dat dit de reden is van het gebod. De Sabbat is dus ingesteld om te gedenken wat God heeft gedaan, het is een dag om extra stil te staan bij het feit dat God de schepper is en dat alles hem toebehoort.

Bij de meeste andere feesten wordt ook een reden genoemd, zoals bij het feest der ongezuurde broden;

Onderhoudt dan ongezuurde broden, want op deze zelfde dag leid Ik uw legerscharen uit het land Egypte (Exodus 12:17).

Dit feest is dus bedoeld om te gedenken dat het volk Israël uit Egypte is geleid. Als je de Bijbel goed bestudeerd zie je dat zo ieder feest is bedoeld om iets te gedenken, eigenlijk net zoals wij westerse mensen onze geboortedag gedenken met een jaarlijks feest.

Welke feesten zijn er?
Vaak wordt er gesproken over zeven grote of heilige feesten, dit komt waarschijnlijk door het feit dat deze zeven feesten samen met de Sabbat als heilige samenkomsten worden benoemd in Leviticus 23. Naast deze feesten zijn er ook nog andere feesten. Hieronder zet ik de feesten die in de Bijbel genoemd worden even op een rijtje met daarachter enkele Bijbelgedeelten waarin over het feest wordt gesproken.

De zeven grote feesten met een jaarlijkse frequentie:

  • Pascha (Pesach), hierover kun je o.a. lezen in Exodus 12:1-13, Leviticus 23:5, Mattheüs 26:17-20 en Johannes 2:13.
  • Ongezuurde Broden (Matsot), hierover kun je o.a. lezen in Exodus 12:14-20, Leviticus 23:6-8 en Handelingen 20:6.
  • Eerstelingen (Sfirat ha’omer), hierover kun je o.a. lezen in Leviticus 23:10-14 en 1 Korintiërs 15:20-23.
  • Pinksteren of Wekenfeest (Sjavoe’ot), hierover kun je o.a. lezen in Leviticus 23:15-22, Deuteronomium 16: 9-12, Handelingen 2:1-4 en Handelingen 20:16.
  • Bazuinenfeest (Jom Hasjofar), hierover kun je o.a. lezen in Leviticus 23:23-25 en Numeri 29:1-6.
  • Grote Verzoendag (Jom Kippoer), hierover kun je o.a. lezen in Leviticus 23:27-32.
  • Loofhuttenfeest (Soekkot), hierover kun je o.a. lezen in Leviticus 23:33-36, Deuteronomium 16:13-15 en Johannes 7:1-10.

Feesten die later in de Bijbel voorkomen zijn:

  • Inwijdingsfeest (Chanoeka), deze wordt binnen de canonieke boeken alleen aangehaald in Johannes 10:22. De instelling van het feest kun je verder vinden in het deuterocanonieke boek 1 Makkabeeën.
  • Lotenfeest (Poerim), hierover kun je lezen in Esther 9:18-32.

Naast deze feesten zijn er nog feesten die een andere frequentie hebben dan eens per jaar:

  • Sabbat (Sjabbat), hierover kun je o.a. lezen in Exodus 20:8-11, Leviticus 23:3, Lucas 4:16 en Handelingen 17:2.
  • Nieuwemaan, deze staat niet specifiek genoemd als een feestdag maar er zijn wel voorschriften voor de offers die op deze dag gebracht moesten worden, hierover kun je o.a. lezen in Numeri 10:10, Ezechiël 46:1 en Kolossenzen 2:16.
  • Sabbatsjaar, hierover kun je o.a. lezen in Leviticus 25:1-7.
  • Jubeljaar, hierover kun je o.a. lezen in Leviticus 25:8-17.

Onder de bovengenoemde feesten, zijn de zogenaamde Pelgrimsfeesten. De Pelgrimsfeesten zijn de drie feesten waarbij God wilde dat alle mannen naar Jeruzalem zouden komen om het eerste deel van hun oogst te offeren. Dit zijn Ongezuurde Broden, het Wekenfeest en het Loofhuttenfeest (Deuteronomium 16:16-17). In Exodus 34:24 beloofd God dat Hij het land en dus ook de vrouwen, kinderen en de rijpe oogst zal beschermen terwijl de mannen op reis zijn.

Vierde Jezus de feesten?
Als je alle bovengenoemde Bijbelgedeelten hebt opgezocht, heb je gelezen dat Jezus inderdaad de Bijbelse feesten vierde. Hij ging naar Jeruzalem voor het Pascha, Hij reinigde de tempel voor Ongezuurde Broden, Hij was verborgen aanwezig tijdens het Loofhuttenfeest, Hij at samen met zijn discipelen de Paas- of Cedermaaltijd en als je goed leest, ontdek je zelfs dat Hij is gekruisigd tijdens het Pascha. Ook van Paulus heb je kunnen lezen dat hij tijdens de Sabbat in de synagoge was om met de Joden in gesprek te gaan over het evangelie en dat hij zich haastte om voor het Wekenfeest in Jeruzalem te zijn.

Is er een diepere, geestelijke of profetische betekenis?
Dat elk feest een profetische betekenis heeft en ook iets betekend voor ons geestelijk leven, is wel een feit dat Bijbels te onderbouwen is. Paulus zegt bijvoorbeeld in 1 Korintiërs 5:6-8 dat wij het oude zuurdeeg weg moeten doen omdat ook ons Paaslam is geslacht: Christus. Hij haalt hiermee zowel Ongezuurde Broden als het Pascha aan. Het zuurdeeg koppelt hij rechtstreeks aan de zonde en het lam dat geslacht werd aan Jezus Christus. Hij draagt ons hier dus op om beide feesten in ieder geval op een geestelijke manier te vieren. Ook andere feesten worden in verband gebracht met iets dat ten tijde van Jezus of daarna gebeurd is of nog moet gebeuren. Zo lees je dat Paulus Eerstelingen in verband brengt met Jezus, die als Eersteling opstond uit de dood (1 Korintiërs 15:20-23) en dat Jezus zal terugkomen bij het geklank van een bazuin (1 Thessalonicenzen 4:16), wat vaak in verband wordt gebracht met het Bazuinenfeest.

Moeten wij de feesten vieren?
Dit is een vraag waar veel christenen vroeg of laat mee in aanraking komen of zelfs mee worstelen. Sommigen zeggen: “Als Jezus of Paulus ze vierde, dan moet ik dat ook doen.” Sommige boekenschrijvers en sprekers lijken ons ook deze kant op te willen duwen. Iemand die deze feesten niet viert en naar deze mensen luistert, kan zich zelfs veroordeeld voelen. Ik geloof dat dit niet Gods bedoeling is en ik denk dat er in de Bijbel genoeg te vinden is waaruit blijkt dat we elkaar nooit zulke gevoelens mogen bezorgen.

De feesten geestelijk vieren
Hierboven beschreef ik al dat Paulus ons opdraagt om de feesten in elk geval geestelijk te vieren, net zoals bij Ongezuurde Broden en Pascha kun je deze geestelijke betekenis ook terugvinden als het gaat om bijvoorbeeld de besnijdenis. In Romeinen 2:29 zegt Paulus daarover dat de besnijdenis die er echt toe doet, die van het hart is; naar de Geest en niet naar de letter. Hier zie je dus ook een duidelijk voorbeeld van een gebeurtenis die niet meer letterlijk of uiterlijk moet plaatsvinden, maar wel geestelijk. Als Jezus zegt dat hij niet gekomen is om de wet te ontbinden, maar om te vervullen (Mattheüs 5:17), bedoeld Hij volgens mij dat hij de diepere betekenis van de wet kenbaar komt maken.

De feesten uiterlijk vieren
Dat we de feesten geestelijk moeten vieren, betekend volgens sommigen dat we ze ook uiterlijk moeten vieren. In zoverre dat mogelijk is, doen zij dit dan aan de hand van de voorschriften die in de Bijbel gegeven worden. Een belangrijk probleem waar je dan al direct op stuit is natuurlijk het brengen van de offers. Dit stond centraal tijdens alle feesten en is nu juist iets wat we niet meer kunnen doen aangezien er geen tempel meer is en het volmaakte offer al gebracht is, namelijk Jezus Christus (Hebreeën 9:12).

Moeten we behalve de offers de rest van de feesten nog wel vieren? Hierop wordt volgens mij een duidelijk antwoord gegeven in Handelingen 15. Het was blijkbaar erg onduidelijk of de heidenen (niet-Joden) die tot geloof kwamen nu wel of niet besneden moesten worden en of zij de wet van Mozes wel of niet moesten houden. Petrus, Barnabas en Paulus vertellen daar aan de andere apostelen en oudsten hoe God ook de Heilige Geest geeft aan heidenen en welke grote dingen Hij onder hen doet. Uiteindelijk staat Jakobus op en neemt het woord (Handelingen 15:13). Hij is van oordeel dat men de heidenen die zich tot God bekeren niet verder moet lastig vallen, maar hen alleen moet voorschrijven zich te onthouden van wat door afgoden bezoedelt is, van hoererij, van het verstikte en van bloed (Handelingen 15:20). Uiteraard erkende al de discipelen dat wat Jezus geboden had, ook gehouden moest worden. Hij had immers gezegd: “leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb (Mattheüs 28:19).” Jakobus kwam tot deze conclusie nadat hij hoorde dat de heidenen ook behouden werden, zonder ooit de feesten gevierd te hebben. Als Jakobus dit oordeelde aangaande de vroege Christenen, geldt dit vanzelfsprekend ook voor ons.

Mogen we de feesten vieren?
Mijn conclusie is dat we de feesten niet uiterlijk moeten vieren, maar dat zegt natuurlijk nog niet dat het niet mág. Sterker nog, ik ben van mening dat wanneer we de feesten wél geestelijk moeten vieren, het best wel nuttig kan zijn om ze ook uiterlijk te vieren, of in ieder geval te gedenken. Neem bijvoorbeeld het hierboven genoemde Bijbelgedeelte over ongezuurd zijn. Als Paulus zegt dat we ongezuurd moeten zijn, kan het wel eens goed zijn om hier op bepaalde momenten extra bij stil te staan. Op zo’n moment kan je bijvoorbeeld onderzoeken of er nog bewuste of onbewuste zonden in je leven zijn, of punten waarop je keer op keer struikelt. Zo’n reflectiemoment mag je uiteraard vaker nemen, maar om voor jezelf het overzicht te bewaren kan het misschien goed zijn om dat in het bijzonder te doen op het door God aangegeven moment, de Bijbelse feestdag dus.

Dat je de feesten wel mag gedenken en onderzoeken, kan ook in Handelingen 15 worden teruggevonden. Jakobus sluit zijn redevoering namelijk af met:

Want Mozes heeft er van oude tijden in elke stad die hem prediken, en hij wordt op elke sabbat in de synagogen gelezen (Handelingen 15:21).

Uit de context en toon blijkt dat Jakobus hier bedoeld dat de nieuwe gelovigen voldoende mogelijkheden hebben om iets uit de boeken van Mozes te leren. De apostelen hoeven zich hier dus niet langer op te focussen en kunnen zich bezig houden met de kern van het Evangelie. Het feit dat alle boeken van het Nieuwe Testament vaak terugverwijzen naar de boeken van Mozes, geeft ook blijk van het feit dat die er nog wel degelijk toe doen, ofwel we kunnen er nog steeds lering uit trekken.

Wat moet ik nu met Kerst en Pasen?
Kerst en Pasen zoals veel westerse christenen dat kennen en vieren, zijn geen feesten die in de Bijbel worden ingesteld. Je kunt dan ook nergens terugvinden dat Jezus of de eerste christenen dit vierden. De gedachte achter deze feesten, bijvoorbeeld dat Jezus geboren is en opgestaan uit de dood, vindt je natuurlijk wel terug. Inmiddels is het voor de meesten wel duidelijk dat deze feesten qua uiterlijk hun oorsprong vinden in heidense of zelfs afgodische feesten. Denk bijvoorbeeld aan de kerstboom en paaseieren. Ook qua tijding stroken ze niet echt met de Bijbel. Zo is Jezus niet in de maand december geboren en ook niet met Pasen opgestaan. Jezus stierf juist tijdens het Pascha en stond drie dagen later op, precies op de dag van Eerstelingen.

Persoonlijk ben ik van mening dat we ons verre moeten houden van alles wat schijnt afgodisch te zijn. Zoals we net al zagen, noemt Jakobus dat zelfs specifiek in zijn betoog;

…dat zij zich hebben te onthouden van alles wat door de afgoden bezoedelt is (Handelingen 15:20).

Alles rondom deze hedendaagse Christelijke feesten wat dus zijn oorsprong kent in het afgodische moet je dus sowieso nalaten. Dat je nadenkt over het feit dat Jezus geboren is en opgestaan, is uiteraard niet af te keuren en zelfs aan te bevelen.

Ik raad het iedere Christen aan om zelf te onderzoeken in hoeverre het Bijbels is een bepaald feest te vieren. “Alles is geoorloofd, maar niet alles is nuttig,” zegt Paulus in 1 Korintiërs 10:23. Aan de hand daarvan kun je jezelf afvragen of het wel nuttig is om een groot kerstfeest te organiseren. Voor mij persoonlijk geldt dat ik dat nooit zou doen. Wordt ik echter uitgenodigd om bij iemand een kerstfeest te komen vieren, dan zal ik wel gaan, net als Paulus alles zou eten zonder navraag te doen (1 Korintiërs 10:27). Waarom? Omdat iemand door mijn aanwezigheid wellicht in aanraking kan komen met het Evangelie en daardoor behouden kan worden (zie 1 Korintiërs 10:33).

Elkaar niet oordelen
Dit artikel zou niet compleet zijn als ik niet iets zou zeggen over oordelen. Of je nu wel of niet de feesten viert, in het Nieuwe Testament wordt het duidelijk dat we elkaar nooit mogen oordelen. Met name Paulus gaat daar heel ver in. Hij zegt in 1 Korintiërs 7:19 dat besneden zijn niets betekend en dat ook onbesneden zijn niets betekend, maar wel het houden van Gods geboden. In Kolossenzen 2:16-17 roept hij de gemeente van Kolosse op zich niet langer te laten oordelen inzake eten of drinken, feestdagen, nieuwe maan of Sabbat. Hij zegt dat deze dingen een schaduw zijn van dingen die komen moeten. In veel vertalingen staat dat het slechts schaduwen zijn en in sommige vertalingen staat zelfs dat het schaduwen zijn van dingen die komen moesten, in de verleden tijd dus. In de grondtekst ontbreekt het woordje slechts en gaat het over toekomende dingen. Paulus zegt dus niet dat het niet meer belangrijk is, maar net als een schaduw niet het volledige beeld geeft van iets, zo zijn de uiterlijke kenmerken van feesten en Sabbatten ook niet het volledige beeld. Van sommige schaduwen, zoals bij het Pascha en Ongezuurde Broden, kennen wij het volledige beeld, ofwel de vervulling. Van sommige schaduwen kennen wij het volledige beeld echter nog niet, zoals van het Bazuinenfeest en Loofhuttenfeest. Dit zijn namelijk feesten die profetisch gezien nog in vervulling moeten gaan. Paulus zegt niet dat deze schaduwen niet belangrijk zijn, maar de focus moet blijkbaar liggen op Christus (Kolossenzen 2:17).

In Romeinen 14 wordt op een prachtige manier duidelijk gemaakt met welke houding je de feesten en andere dingen wel of niet moet onderhouden;

Wie aan een bepaalde dag hecht, doet het om de Here, en wie eet, doet het om de Here, want Hij dankt God (Romeinen 14:6).

Houd gij het geloof, dat gij hebt bij uzelf voor het aangezicht Gods. Zalig is hij, die zich geen verwijten maakt bij hetgeen hij goed acht. Maar wie twijfelt, wanneer hij eet, is veroordeeld, omdat hij het niet uit geloof doet. En al wat niet uit geloof is, is zonde (Romeinen 14:22-23).

Conclusie
Ik geloof dat het uiterlijke vieren van de Bijbelse feesten niet moet maar wel mag. Wanneer je een sterke overtuiging hebt dat het vieren van de Bijbelse feesten goed is, doe het dan om de Here. Wanneer je twijfelt, doe het dan niet, want dan ga je in tegen het geweten en dat is zonde. Twijfel je aan het vieren van Kerst, doe het dan ook niet, want dan ga je net zo goed tegen het geweten in. Zit je vol met twijfel? Onderzoek dan eens al de genoemde Bijbelgedeelten, neem het in gebed en laat de Heilige Geest zelf de twijfel wegnemen.

Wat je ook doet, vier in elk geval het feit dat Jezus Christus voor u gestorven is en dat Hij weer is opgestaan, reinigt u van zuurdeeg (zonden) en wees bereid voor de terugkomst van de Zoon des mensen (Mattheüs 24:44).

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *