Inmiddels zijn wij (Zier en Mariska) ruim acht jaar in Suriname. We hebben in deze jaren op verschillende manieren het Evangelie gedeeld en zijn hierbij meerdere obstakels tegengekomen. We hebben het al een tijdje op ons hart om hierover te schrijven. Ons verlangen is dat er licht mag schijnen op deze obstakels en we zo op zijn minst een begin mogen maken met het wegnemen ervan.
Christelijke slavenmeesters?
Een belangrijk obstakel voor het Evangelie in Suriname is gecreëerd door de gruwelijke gebeurtenissen van de slavernij. Het probleem is niet zozeer de slavernij op zich, maar meer het feit dat de slavenhandelaren en slavenmeesters zich Christen noemden. Zowel de VOC als de WIC (verantwoordelijk voor de slavenhandel naar Suriname) waren officieel aangesloten bij de Nederduitse Gereformeerde Kerk (NGK) een protestantse en calvinistische kerk die ontstond tijdens de Reformatie in 1571.
Theologen aangesloten bij de NGK gebruikten de Bijbel om slavernij te rechtvaardigen. Veel predikanten in de koloniën beschikten zelf over slaven en de kerk had financieel profijt van de slavernij door bijvoorbeeld donaties van plantagehouders.
Zonder al te veel in te gaan op de gruwelijkheden die op dit grondgebied hebben plaatsgevonden, kunnen we simpelweg stellen dat de vorm van slavernij in de Europese koloniën aards, ongeestelijk en duivels waren. Mensen zijn als beesten gebruikt voor persoonlijk gewin en het botvieren van lusten. Zeer velen zijn als ‘last’ overboord gegooid of op andere gruwelijke wijzen vermoord. De sterken werden gebruikt om nieuwe slaven te maken, al dan niet met de blanke slavenmeester als vader…
… Dit alles is gedaan door Christenen. Of moet ik zeggen door mensen die zich Christen noemden?
Slavernij en de Bijbel
Wie de Bijbel kent, weet dat slavernij in de Bijbel niet wordt afgekeurd. Er zijn echter wel tal van wetten die slavernij begrenzen en reguleren en wetten die bedoeld zijn om de rechten van slaven te beschermen. Zo was het roven van mensen verboden, mochten weggelopen slaven niet hard behandeld worden en mochten ook buitenlandse slaven niet onderdrukt worden.
Een goede toepassing van slavernij was bijvoorbeeld het schuldenvrij maken van iemand door hem zes jaren te laten dienen als slaaf. Na zes jaar slavendienst kon hij weer met een schone lei beginnen aan een zelfstandig bestaan, maar wanneer het slaaf-zijn wel beviel kon er ook gekozen worden om slaaf te blijven.
Ook in het Nieuwe Testament wordt slavernij niet per definitie afgekeurd, maar wordt de slavenmeester wel opgeroepen om de slaaf goed te behandelen en daarbij in gedachten te houden dat ook hij een Heer in de hemel heeft (Efeze 6:9 en Kolossenzen 4:1). Ook wordt mensenroof en -handel expliciet aangewezen als ingaande tegen de gezonde leer (1 Timotheüs 1:10).
Ik zei het al: de vorm van slavernij en alle kwade praktijken die hierbij hebben plaatsgevonden in de Europese Koloniën, waaronder Suriname, zijn aards, ongeestelijk en duivels. Niets ervan was met een eerlijk geweten te rechtvaardigen aan de hand van de Bijbel en men heeft de naam of titel ‘Christen’ grote schande aangedaan.
Zending vanuit een Christelijke Europa?
Dit wetende irriteert het mij steeds meer als ik hoor over een Christelijk Europa of Christelijk Nederland. Nog steeds kom ik regelmatig Europese zendelingen tegen die hier met enige trots over spreken. In de boodschappen wordt regelmatig verhaald over de Reformatie en diens helden. Al het goede daargelaten, moeten we toch ook eerlijk zijn en durven zeggen dat er uit de Reformatie een kerk geboren is die een groot kwaad heeft toegelaten en gestimuleerd?
Hoe belangrijk het benoemen van dit kwaad is, blijkt vandaag de dag nog steeds op het zendingsveld in Suriname. Wij hebben nu al vaker gehoord dat de God van de Bijbel als een ‘blanke God’ wordt gezien, of de ‘God van de blanken’. Maar dit hoor je niet direct. In de meeste gevallen staan de mensen gewoon open voor een goed gesprek over God en geven ze vrij makkelijk het hart aan Jezus. De vraag is alleen of het hart echt gegeven is. Zijn de mensen er echt zo makkelijk van te overtuigen dat de ‘blanke God’ de ware God is? Of was dat blanke beeld van God bij hen al weggenomen? Vaak kom je dit pas te weten als je langdurige relaties aangaat, vertrouwen wint en zonder aanzien des persoons met mensen omgaat. En om eerlijk te zijn, helpt het ook wel dat Mariska Surinaamse is.
Onze conclusie na acht jaar Suriname is dat Christenen, en dan met name blanke Christenen, heel wat hebben uit te leggen. Er zijn jaren geweest dat ik mezelf niet als Christen voorstelde, maar als ‘iemand die gelooft in de God van de Bijbel’ of als ‘volgeling van Jezus’. “Jaja, Christen dus?”, reageren dan veel mensen. Dat werkt dus ook niet echt. Inmiddels noem ik mezelf weer gewoon Christen, maar probeer dan ook direct het gesprek aan te gaan over wat dit betekent.
De definitie van een Christen
Wat betekent het om een Christen te zijn? De Bijbel geeft meerdere duidelijke definities en voorwaarden. Wij hebben onszelf daarin vaak verdiept in de afgelopen jaren en hebben zoveel mogelijk geprobeerd om ons de Bijbelse woorden eigen te maken. Dit is niet alleen bemoedigend voor onszelf, maar het helpt ons ook echt als we weer eens tegen ‘het obstakel van de Christelijke slavenmeester’ aanlopen, wat gisteren nog gebeurde:
Ik ga dagelijks een aantal flessen water vullen bij een kraan in het dorp. Een man die ik daar trof, begon zijn ongenoegen te uitten over het feit dat de gebiedsontwikkelaar niet genoeg moeite doet om waterleiding aan te leggen. “En dan wil hij wel een kerk hier laten bouwen”, zegt hij met een geïrriteerd gezicht. “Ik moet er sowieso niks van hebben. Want al die kerken hebben meegedaan aan de slavernij”, vervolgt hij. Ik besloot hem rustig te laten uitpraten. Toe hij klaar was, zei ik: “U heeft voor een groot deel gelijk meneer. Wat ik op dit moment kan zeggen is dat niet iedereen die zich Christen noemt, ook Christen ís. De Bijbel leert ons duidelijk wat Christen-zijn betekent en wat zij hebben gedaan past daar niet in.”
En zo is het dus: Als iemand volgens de Bijbel geen Christen is, moeten we het ook niet volhouden om hem zo te blijven noemen. Jezus zegt dat je de boom kunt herkennen aan zijn vruchten. Een goede boom brengt goede vruchten voort en een slechte boom slechte vruchten (zie Lucas 6:43-44). Het doet er niet toe hoe een boom zichzelf noemt. Het gaat erom wat voor vruchten hij draagt. Zijn het goed vruchten? Dan mag hij terecht een goede boom worden genoemd.
De duidelijkste omschrijving van een Christen vinden we misschien wel in 1 Johannes 2:5-6:
Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn. Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zó te wandelen, als Hij gewandeld heeft.
Obstakels wegnemen
Wat gebeurd is, is gebeurd.
Er zijn toch al excuses aangeboden?
Ja, maar daar heb jij toch niet aan meegedaan?
Ze moeten niet naar mensen kijken, maar naar God.
Dit zijn allemaal vragen en opmerkingen die wij regelmatig te horen krijgen als het gaat over dit onderwerp. Excuses zijn inderdaad aangeboden, waaronder ook door verschillende kerken. Ik krijg echter vaak het idee dat dit meer gedaan wordt om de naam van de kerk te zuiveren, dan dat men denkt aan de eer van Christus. Zolang gruweldaden, gepleegd door mensen die zich Christen noemen, niet worden losgekoppeld van Christus, blijft er een obstakel bestaan om tot Hem te komen.
Om een begin te maken aan het wegnemen van dit obstakel, moeten we heel uitdrukkelijk zeggen op basis van 1 Johannes 2:6:
Iemand die niet wandelt als Christus, is geen Christen! Ook al noemt hij zichzelf zo.
Dan geldt dus ook: alle mensen die zich tijdens de slavernij Christen noemde, maar zich tegelijk schuldig maakte aan het misbruiken of mishandelen van mensen, waren geen Christen. Punt.
Bezwaren
“Ja maar, er waren echt wel bekeerde mensen in die kerk”, zegt iemand tegen mij. Wel, dat zou kunnen, maar dan kan die persoon in de eerste plaats absoluut niet hebben meegedaan aan dit soort praktijken. Want, zegt de Bijbel, mensen die zich aan dit soort praktijken schuldig (blijven) maken, zullen het Koninkrijk Gods niet beërven (Galaten 5:19-21). Stel dat iemand eraan meedeed voordat hij tot geloof kwam, dan kan het niet anders dan dat hij daar binnen korte tijd afstand van zou doen, ook al zou dat persoonlijk verlies, weerstand of zelfs vervolging betekenen.
“Ja maar niet iedereen was het ermee eens, ook al spraken zij zich niet uit.” Wel, langdurig stil blijven lijkt me ook erg onwaarschijnlijk voor een ware Christen, gezien we in de Bijbel duidelijk worden opgeroepen om elkaar te vermanen en aan te sporen (zie bijvoorbeeld 1 Thessalonicenzen 5:11). We kennen toch ook allemaal het gezegde ‘wie zwijgt, stemt toe’? Natuurlijk moeten we hier een kleine reserve bewaren voor mensen die niet bij machte waren te spreken. Gaat het echter om grote theologen, soms zelfs kerkvaders genoemd, dan reist bij mij de vraag: vader van wat voor kerk?
Het ware Evangelie verkondigen
Er zijn gelukkig altijd wel mensen geweest die zich uitspraken tegen de slavernij, zelfs binnen de eerder genoemde kerk, maar ze zijn lang niet zo bekend geworden als degenen die erover zwegen. Sommigen zijn weggepest of op andere manieren het zwijgen opgelegd. God kent hun namen en ik wil me vandaag graag bij hen voegen in hun strijd om te zeggen: Dit kan een Christen niet doen!
Een Christen lijkt hoe langer hoe meer op Christus. Als ook maar iemand durft te denken dat Christus wreed kan zijn tegen mensen met een andere kleur of afkomst, heeft hij een andere Christus voor ogen. De bron van al deze wreedheid is niet Christus, maar de satan. En de mensen die deze dingen bedrijven, zijn dus ook geen volgelingen van Christus, maar van satan.
Willen we het ware Evangelie verkondigen? Dan kunnen we er niet onderuit om ook de valse boodschappen en boodschappers te bespreken. Waarschuwden ook Paulus, Petrus en de andere apostelen niet voor valse leringen? Dit is soms nodig om verwarring en misstanden weg te nemen. Laten we de misstand van de zogenaamde ‘Christelijke slavenmeester’ blijven bespreken tot er op een dag genoeg licht op heeft geschenen en hij niet meer bestaat.
Opdat Christus’ naam verbonden mag worden met de allesopofferende liefde, ons getoond aan het kruis van Golgotha, meer dan genoeg voor alle mensen van alle volken en stammen en natiën en talen (Openbaring 7:9). Amen.
Wordt vervolgd…
