God ontmoeten tijdens het Wekenfeest

Vijftig dagen na Eerstelingen wordt het Wekenfeest gevierd, dat is het vierde heilige feest en de laatste van de voorjaarsfeesten. In 2017 valt het feest volgens de Joodse kalender op 31 mei en 1 juni, ofwel 6 en 7 Sivan. Volgens de Bijbel duurt het feest één dag, maar omdat een Bijbelse dag begint met zonsondergang, duurt het volgens onze kalender twee dagen. De instructies voor dit feest kun je vinden in Leviticus 23:15-22 en Deuteronomium 16:9-12.

Wat betekent Wekenfeest?
In het Hebreeuws wordt deze dag Sjavoe’ot (weken) genoemd. Het feest draagt deze naam omdat er vanaf Eerstelingen precies zeven volle weken moesten worden geteld. Op de dag daarna, de vijftigste dag, was dan het Wekenfeest. Vijftigste is een vertaling van het oud-Griekse woord pentakosta, daar is ons woord Pinksteren ook van afgeleid. Na Eerstelingen werd de gerst geoogst en volgens de traditie werd tot aan het Wekenfeest elke dag een omer (een hoeveelheid) gerst geofferd. Het tellen van de 7 weken wordt daarom ook wel de Omertelling genoemd. In Deuteronomium 16:16-17 lezen we dat het Wekenfeest een pelgrimsfeest is, waarbij de mannen dus naar Jeruzalem moesten gaan. Zoals Eerstelingen het begin van de gerstoogst markeerde, is het Wekenfeest juist de afsluiting daarvan, maar ook de opening van de tarweoogst. Als offer moesten o.a. twee broden worden meegebracht, ditmaal gezuurd. Deze broden worden in Leviticus 23:17 ook eerstelingen genoemd.

Kloppen de data?
Het valt te betwijfelen of 6 en 7 Sivan, evenals de datum waarop Eerstelingen door de Joden gevierd wordt, wel kloppen met de Bijbelse voorschriften. De Bijbel zegt namelijk dat Eerstelingen op de dag na de Sabbat die volgt op Pesach gevierd moest worden (Leviticus 23:11). Sommige Joden gaan ervan uit dat hier met Sabbat de Hoog-Sabbat wordt bedoeld, dat is de eerste dag van Ongezuurde Broden. In dat geval zou Eerstelingen inderdaad altijd op 16 Nisan moeten worden gevierd en het Wekenfeest 50 dagen later, op 6 Sivan. Anderen geloven echter dat met Sabbat in Leviticus 23:11 de gewone Sabbat wordt bedoeld. In dat geval valt Eerstelingen dus altijd op zondag en het Wekenfeest ook. Zelf neig ik ook meer naar deze laatste optie omdat in Leviticus 23:16 wordt gezegd dat het Wekenfeest ook op de dag na Sabbat moet plaatsvinden en deze keer is er geen Hoog-Sabbat waarover gesproken kan worden. Het probleem van deze laatste en meest waarschijnlijke optie is dat beide feesten dan steeds op wisselende data vallen, dit kan organisatorisch lastig zijn in de huidige maatschappij. Wellicht is er daarom ook voor gekozen om een vaste datum te bepalen voor het vieren van de beide feesten.

Hoe ziet het feest eruit?
Voor dit feest worden enkele voorschriften gegeven aangaande de offers die gebracht moesten worden en de manier waarop met vreemdelingen moest worden omgegaan. De belangrijkste instructies die in de Bijbel staan, beschrijf ik hieronder.

Het brengen van de twee beweegbroden (Leviticus 23:16-20)
De twee beweegbroden zouden gezien de tijd van het jaar gemaakt moeten worden van de eerste rijpe tarwe. Het brood werd, net als de schoof gerst bij het vorige feest, voor Gods aangezicht bewogen als uiting van dankbaarheid. Naast het brood moesten ook diverse dierenoffers worden gebracht en voor Gods aangezicht worden bewogen.

Vrijwillige gaven (Deuteronomium 16:10)
Naast de voorgeschreven offers mochten op dit feest ook vrijwillige gaven gegeven worden, naar de mate waarmee God de persoon had gezegend.

Een heilige samenkomst (Leviticus 23:21)
Op de dag van het feest werd een samenkomst gehouden en er mocht de hele dag niet worden gewerkt. Zoals eerder gezegd was dit feest een pelgrimsfeest, wat dus betekende dat de mannen deze samenkomst met elkaar doorbrachten in de tempel in Jeruzalem.

Betrekken en zegenen van armen en vreemdelingen (Leviticus 23:22, Deuteronomium 16:11)
In tegenstelling tot Pesach, mochten ook vreemdelingen (onbesnedenen) worden betrokken bij dit feest, evenals dienstknechten en dienstmaagden. Het volk moest zich samen met hen en met armen, wezen en weduwen verheugen. Daarnaast mocht de rand van het veld bij de oogst niet gemaaid worden. Ook wat was blijven liggen op het veld mocht niet worden opgeraapt, dat was voor de armen en vreemdelingen.

Wetgeving
De Joden denken bij het Wekenfeest voornamelijk aan de wetgeving bij de berg Sinaï, ofwel de sluiting van het verbond tussen God en zijn volk. In de Bijbel staat niet beschreven dat men inderdaad hieraan moest denken. Wel lees je dat de aankomst van het volk bij de berg in dezelfde periode plaats vindt, namelijk in de derde maand na hun vertrek uit Egypte (Exodus 19:1-6). Het eerste Wekenfeest wordt uiteraard pas meer dan 40 jaar later gevierd, in de woestijn was er immers geen sprake van een tarweoogst.

Welke profetische beelden zie je in dit feest?
De exacte betekenis van de voorgeschreven offers is niet altijd helemaal duidelijk, toch komen er in het Nieuwe Testament dingen naar voren die duidelijkheid geven. Ook de verbinding van het Wekenfeest met de wetgeving bij de berg Sinaï kun je aan de hand van de boeken in het Oude Testament niet direct maken. Wel zie je in het Nieuwe Testament aanwijzingen dat het hier inderdaad mee te maken heeft, met name de gebeurtenissen tijdens het Wekenfeest (Pinksteren) na Jezus Hemelvaart zijn veelzeggend.

Het brengen van de twee beweegbroden
Zoals het ongezuurde brood dat bij Eerstelingen werd geofferd symbool stond voor het lichaam van Jezus, zo zouden de twee gezuurde broden bij Wekenfeest symbool kunnen staan voor Israël en de gelovigen uit de heidenen, die samen de Gemeente vormen. Tijdens het Wekenfeest na Jezus hemelvaart wordt de Heilige Geest uitgestort en zowel heidenen als Joden komen tot geloof. Het feit dat deze twee broden gezuurd moesten zijn, wijst er wellicht op dat de gelovigen nog niet vrij van zonde zijn (1 Johannes 1:8), dit in tegenstelling tot Jezus.

Vrijwillige gaven
Het feit dat er vrijwillige gaven gegeven mochten worden, wijst wellicht heen naar de vrijheid die ons wordt geschonken door de Heilige Geest, die tijdens dit feest werd uitgestort. De basis van Gods wet veranderd niet, maar we mogen en kunnen door Zijn Geest veel meer doen dan alleen datgene wat Hij voorschrijft (zie o.a. 2 Korintiërs 3:17 en 2 Korintiërs 9:10-15).

Een heilige samenkomst
Uit Handelingen 2:1 blijkt dat deze heilige samenkomst bijna 1500 jaar later nog steeds werd gehouden te Jeruzalem. Het laat ons telkens weer zien dat God het belangrijk vindt dat mensen samenkomen. “Waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden”, zegt Jezus in Mattheüs 18:20.

Betrekken en zegenen van armen en vreemdelingen
Zoals werd voorgeschreven dat het volk Israël zich samen met de vreemdelingen moest verheugen, zo waren er ook in de tijd van Handelingen veel vreemdelingen aanwezig (Handelingen 2:9-10). In vergelijking met de andere feesten was dit betrekken van de vreemdelingen eigenlijk heel apart. Het was duidelijk een profetische instructie die erop vooruitzag hoe de Heilige Geest aan iedereen zou worden gegeven, zowel aan Joden als heidenen (Handelingen 15:8-9).

Wetgeving
Zoals de Joden bij het Wekenfeest van oudsher al denken aan de wetgeving op de berg Sinaï, gebeuren er tijdens het feest in de tijd van Handelingen veel dingen die deze gedachtegang lijken te bevestigen.

Allereerst was er bij de berg Sinaï sprake van bliksem en vuur (zie o.a. Exodus 24:17), dit wijst op de tegenwoordigheid van God. Ook in Handelingen 2:3 worden tongen van vuur beschreven boven de hoofden van de aanwezigen.

De tweede bevestiging vinden we in datgene wat op dit feest door God wordt geschonken. Door Jeremia wordt geprofeteerd dat God een nieuwe verbond zal gaan sluiten met Israël en Juda, namelijk dat Hij zijn wet in hun binnenste zou leggen en die in hun hart zou schrijven (Jeremia 31:33). De profeet Ezechiël bevestigd dit en zegt erbij dat dit zal worden gedaan door Gods Geest (Ezechiël 36:27). De vervulling van deze profetieën vindt dus plaats op het Wekenfeest in de tijd van Handelingen. Op dat moment wordt in Jeruzalem voor het eerst de Heilige Geest uitgestort. De mensen ontvangen op deze dag opnieuw de wet van God, deze keer niet op stenen tafelen maar op hun hart. Dit is de sluiting van het nieuwe verbond.

Een derde en hele sterke bevestiging vinden we in iets wat er tijdens dit feest gebeurd. In Exodus 32:27-29 lezen we dat Mozes opdracht geeft om de mannen die het gouden kalf hadden gemaakt te vermoorden. Op die dag sterven er 3000 man. Op het Wekenfeest in de tijd van Handelingen komen 3000 man tot geloof (Handelingen 2:41). De 3000 doden geven eigenlijk aan dat niemand in staat was de wet te houden en naar Gods wil te leven. De 3000 nieuwe gelovigen tonen aan dat dit door de komst van Gods Geest wel mogelijk was. Wellicht dacht Paulus hier ook aan toen hij zei: “want de letter doodt, maar de Geest maakt levend (2 Korintiërs 3:6).”

Wat betekent het feest voor ons?
Allereerst komt dankbaarheid naar voren als kern van dit feest. Het is heel belangrijk dat wij beseffen dat we dankbaar moeten zijn voor alles wat God geeft, maar wel in het bijzonder voor zijn grootste Gave, die van zijn eigen Geest. We moeten ook beseffen dat Gods Geest komt om Gods volmaakte wetten op ons hart te schrijven. De profeten zeiden dat al, maar ook Jezus zegt dat de Geest de wereld zal overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel (Johannes 16:8). Paulus noemt dit werk van de Geest zelfs een wet, namelijk de wet van de Geest des levens, die ons vrijmaakt van de wet van de zonde en van de dood (Romeinen 8:2).

Gods Geest schrijft Gods wetten op ons hart

Kortom, als we God ergens dankbaar voor moeten zijn, is het wel voor zijn Geest die in ons werkt. Het werk wat Hij doet, is ons vormen naar zijn wil en zijn beeld. Dit doet Hij door Gods wetten op ons hart te schrijven. Een op het hart geschreven wet is niet zwaar meer om te houden, het is als het ware onze nieuwe natuur geworden. Alhoewel het een werk is wat Gods Geest in ons doet, moeten we ons er bewust van zijn dat wij zijn werk kunnen vertragen door Hem te bedriegen of te bedroeven. Ook kunnen wij zijn werk bevorderen, door bijvoorbeeld Bijbel te lezen, te bidden en samen te komen met andere gelovigen.

Gods Geest geeft ons richting en maakt ons klaar, net zoals de wetten van God de Israëlieten richting gaven. Zonder Gods wetten waren zij ongetwijfeld allemaal overleden in de woestijn en hadden ze hun bestemming nooit gehaald. Zonder Gods Geest die Gods wetten op ons hart schrijft, zullen ook wij onze bestemming nooit halen. Alleen door Gods Geest vinden wij de kracht om door te gaan, de wijsheid om met zaken om te gaan en het allerbelangrijkste: door Hem weten we dat we kinderen van God zijn (Romeinen 8:16).

Hoe moet ik dit feest vieren?
Het aspect dankbaarheid en hier uiting aan geven is wellicht iets waar we veel vaker aandacht aan mogen schenken. Het Wekenfeest geestelijk vieren zou je dus kunnen doen door eens extra stil te staan bij alle zegeningen die je van God ontvangen hebt, met in het bijzonder zijn Geest. Sommige christenen twijfelen nog regelmatig aan hun redding en vragen zich af of ze wel echt kinderen van God zijn. Er is volgens mij maar één manier om dat echt zeker te weten en dat is door Gods Geest (Romeinen 8:16). Als je dus regelmatig twijfelt, moet je allereerst onderzoeken of je wel echt een volgeling van Jezus bent en Hij Heer over jouw leven is. Het is ook mogelijk dat je Gods Geest wel hebt ontvangen en dat Hij ook wel tot jouw geest spreekt, maar dat je het niet hoort. Drukte en andere zonden kunnen hiervan een belangrijke oorzaak zijn. Wellicht is het goed om dan het Bijbelse voorschrift ter harte te nemen en eens een dag te rusten. Tijdens een rustdag kun je tijd vrij maken voor gebed en Gods Geest tot je laten spreken. Misschien zijn er wel dingen die Hij wilt dat je doet, of juist niet meer doet.

Als je ook praktisch invulling wil geven aan het Wekenfeest, verwijs ik je naar de vele al beschikbare bronnen.

Conclusie
Als we enkel de voorschriften uit het Oude Testament voor dit feest bestuderen, zouden we kunnen zeggen dat de kern van het feest neerkomt op het tonen van onze blijdschap en dankbaarheid voor dat wat God gegeven heeft. De overleveringen van het Joodse volk leren ons echter dat we ook mogen denken aan de wetgeving op de berg Sinaï, het eerste verbond. Ook de sterke aanwijzingen uit het Nieuwe Testament pleiten daarvoor. De gebeurtenissen tijdens het Wekenfeest na Jezus hemelvaart hebben veel overeenkomsten met de gebeurtenissen ten tijde van het Wekenfeest bij de berg Sinaï en de belangrijkste is wel dat beide keren een verbond wordt gesloten. Beide keren ontvangen de mensen Gods wetten, eerst op steen, daarna op de harten.

Als je het offer van Jezus hebt aanvaard (Pesach), het reinigingsproces is begonnen (Ongezuurde Broden) en je wandelt in nieuwheid van leven (Eerstelingen), dan heb je nu de vervulling van Gods Geest nodig. Met dankbaarheid mag je deze grote Gave van God ontvangen en je door Hem laten leiden. Alleen dan heb je de kracht om de woestijn van het leven door te komen en zal je komen bij je eindbestemming.